Ononderbroken briljant brandt
De zon zand tot zinloze glazen
Geen geutje geen gulp geen glimp landt
Zie 't zilt spoor van zeldzame oase
Hoe gulzig of dorstig doch ernstig toch kan 't
Drinken dan schijnen voor dwazen
Verser dan vandaag wrocht jij
Koekjes en cake en klaaspaarden
Gul gaar en geurig van graagmakelij
Die deemstert deed denken bedaarde
Wijl wijken ook blijkt aan de andere zij
Van vazen vol die ik vergaarde
Over euvels keuvelt 't gepeupel
Van andere landers hun fout
Zonder vlijm onwijs wijst men zich kreupel
Naar door schurk en schabouw voorgekauwd
Dadde jadadde kom drink nog nen dreupel
We kakelen kommen vol kikkers koud

