Honderd hoofdloze lijven en dromen dreinen woorddronken mij voorbij.
Ik race recht naar 't geraas, staar matenspaarzaam naar het raam.
D'eenzaat weet waar 't wand'len heen waart, laat de hemel paden weten.
Hij strijkt feilloos oren om wijken: noodt mijn hoor tot groter wijsheid.
Kom, knoppen, maar op,
Kom maak het doorstaan waard,
Kom laat het koppig gaan volstaan.
Bombast want bom valt dra, knalt vlot de draad naar schoner klank: toontoverdrank.
Scheur m'n pleuris, dreun de wilde kleuren, beuk me leuk, beul me minder bleu.
Ritme rekt me - redt pit schenkend de rit - zit lekker vettig in de snelle wip.
Rail me weer, 'k pleeg vrede: versgeshirt tuffend keer 'k tevreden weer.
20131009
Abonneren op:
Reacties (Atom)