20140213

Gewoon té

Mijn longen woeien naar
Mijn tong en stoeien tot
De tanden tintelen,
Verbijten zinnen
Eet geweten beledigend
Wederwoord nipt niet op
Het slipt alsnog van lippen.

Je haalt je schouders op
Schoudert het wapen
Dat de haard siert of de trap
Onder je kont die je niet
Eens vervelend vond.

Ik neig naar overpeinzen.

Van Veen

In het mijne verschijnt hij
Bijna als Jezus in de zijne.
Het kalende behang van
Belang draagt nu een snor.
Waarnemen is hoog goed,
Heft Herman aan, maar
Weergeven heet niet voor
Niets niet waargeven.
De zweem van de fles en
Karige erotiek van daarnet
Blijft wanneer hij een
Gedachte blijkt en een boeiende
Vraag.
Ik geloof in hem op voorwaarde
Dat hij een korte broek draagt.

Tenslotte delen we een dochter.

20140212

BDW

(desgewenst te reciteren op de melodie van de Brabançonne)

Liefste Grenouille,

Straf genoeg dat je
Op het meest welriekende verdiep
Een destillaat van loopgraven
En gas te sommeren wist.

Voor de Wetstraat stel ik
Net als jij de
Verscheuring voor
Of is dat boek al verbrand?

Per slot is welvaart
De keuze voor de
Magere maaltijd.

(nunquam draco dormiens titillandus)

20140208

Heet eigenlijk

Het is geen oneer-
Baar voorstel wanneer
Ik het jou doe dus al-
Les uit en in mijn val.

Vochtige weldaad
Omarmt je onbaat-
Zuchtig. Spoel
Je klaar voor doel.

Wel even douchen vooraf.

Post Parijs Panties

Minder winter
Dan voorzien
Geen dijhoog
Sneeuwvertier.

Hier en daar
Viert voorwaar
Als klokje in mei
Een rokje hoogdij.

Tegen dicht tegen
Het nulpunt en geril
Of juist ervoor helpen
Mosterdgele kousen.

In ons bed hoeven
Zelfs die niet om
Te sidderen dus hup
De hitte in.

20140206

Schouw

Het winkelcentrum
Barst van de meisjes
Wier spiegel
De hoek kent die hun
Benen best belicht.

Hun kasten ook van
Broeken want
Die dragen ze
Even niet.

Anderzijds weten zij
Met hun ogen
Bekeken
Geen blijf.

Nooit voorbij
Verleiding gepland.