20140616

Ant-woord

Hoofdgetelefoneerd
Lichtvoetig ik
Perifeer en ten beste gestoord
Een indruk van een hoge help

Achter me de zondvloed
Dus meisjes mogen aangerand
Honden geslagen
Vlees gegeten
Tuig gevlogen
Taarten in vraag gesteld

Profeet Mark stuwt zijn onheil
Stut mijn trance - trekt mijn strakke schoenen aan.
Ik lap mijn laarzen voorlopig aan de
Stront van de voorlopers
Dode slakken
Dwarsliggers
Tegen
En toch ontzet door een halve
Lichaamslengte voorsprong gelegen
Haal dieper adem en dan toch in

Zelfs de wereldbrand mag nu
Adrenaline vergeten.

Daar het wegkantgroen
Geen glimmer vandaag
Geen hevelende nevel
Zweet zal zelf zijn parel moeten vissen
Geen gemiste kat op koord en springen
Als het hart van hardlopende harken

Halfweg van hier verkeer ik
Blijk lustig in de lus
En aanhuizig
Stellig een mier onwaardig

De weg smelt en ik verga
Verword verdicht verwar
Long me leeg

Thuis blijkt onbewogen
Dus mijn hulp wellicht ook onnodig
Op de koelkast prijkt een krantenartikel
Van toen ik de mier ook niet was.

20140611

Gelukkig ook meisjes

De schouders zijn hier als haar lach in je aanschijn.
De dracht als haar ogen bij je gaan.
Haren als uit elkaar zijn,
Buiken bulken als haar weerzien.

Maar wij zijn hier voor
Het lawaai, meneer.
Even weg van de lucht-
Havenherrie.

Vergelijk is ons koud
En al te meer met hindes
Of hun van stijl verstoken
Nachtmerries

Snaren en pijn
Het hoeft niet zo
Melodisch als het
Maar gedreven schijnt
Geloven wij.

Meneer.

20140606

Er vanonder

Hier lig ik half verteerd 
Afscheid en van onderuit  
Paardenbloemen plukken  
Moeder dood vindt zelfs een weg 
Om het boeket dat even 
Aanhield geen eeuwigheid  
Later door scheuren te 
Vervangen 

De zerkomkijk taant driftiger 
Dan zes vadem diepe huur 
Gemompelde munt als schaduwschuld 

Zelfs jouw bezoekrecht 
Piekt gedumpt, geblutst, verloren 
De hof van horizontale biechtstoelen 
Waar schedels onhoorbaar grijnzen 

Gelukkig is er pierenpolonaise 
Of een goed boek