Door Reiziger verlaten lag het klaar, dat podium aan de start van het alfabet.
Toen rolde de goddelijke pokerpot omver en regressief puberale verwachtingen stonden op vervullen: cinque aleae iactae erant, had Julius De Wever eraan kunnen toevoegen.
Me oh my: en wat een dobbelstenen!
We moeten dat toegeven: Jim de sympathiek ogende doorgaansdrummer moest het eenvoudig hebben van zijn stokbeheersing (waar bepaalde met mij in bands residerende ADHD'ers al eens een voorbeeld aan kunnen nemen) en tempovastheid (idem dito). Maar zo gaat dat dus met de sympathiek ogende Jims van deze wereld, althans voor mijn bescheiden vrouwminnend oog.
Ook het gemusiceer in het algemeen mocht er simpelweg zijn: ik las ergens een gedeelde mening dat Kims zang al eens wat luider in de mix mocht, maar het "goh, nu dat gelukt is met dat ander oubollig bandje kan ik hier ook nog wat lol en een pensioentje uit persen" werd overstemd door "oh ja, dat nummer" en "jongens zo simpel en toch weer niet evident" en "ah, daar komt dat geluid vandaan".
Edoch: de hoofdvogel (het hoofdgevogel) van de avond gaat me toch naar het kwartet sex-appeal dat The Breeders presenteerde. Vier fundamenteel andere vrouwen die, mochten de randvoorwaarden anders zijn, mij kunnen krijgen.
Er is eerst en vooral Kim: een mirakel van een heerlijk hese stem, die nog steeds klinkt alsof ze veertien is en de wereld dient te verkennen. En zo ziet ze er, uitgedijd en wel (want ja, er stond wel een pak Kim op het podium) eerlijk gezegd ook nog steeds uit met haar bolle wangetjes en nagenoeg verankerde glimlach grijns flirt. En dat ondanks dat we weten dat, toen ze daadwerkelijk veertien was en op zijn minst nog een stuk wereld te verkennen had, ze ternauwernood een heilig boontje genoemd kon worden. Men kan zich afvragen of haar maagdelijkheid het al zo lang had volgehouden, en niet toevallig splitten (ondermeer) The Breeders al snel omwille van "substantiële" problemen. Maar, godin, wat zag ze er bijzonder goed en vrolijk en enthousiast uit en alle eigenschappen die je van meisjes in lentes en indien mogelijk ook andere seizoenen verwacht.
Haar zus Kelley een ander paar mouwlozen: het haar, het in zichzelf gemompel, het praten tegen het publiek met mimiek en zonder microfoon of dat iemand ook maar weet wat ze eigenlijk zegt, de hoekigheid als contrast met haar sibling. Prototypisch voor de meid die zich steeds door haar zus tot dingen liet overtuigen (pakweg de leadgitariste worden van een band terwijl ze nog geen noot op eerdervermeld instrument kon spelen) en daarmee bekend werd als het familiale zwarte schaap. Een beetje gek, wellicht van nature recurrent afkickster, een sprankeltje autistisch, op een sexy geeky manier:ze zou je vast opeten als ze honger had, dan even ongeïnteresseerd en smelten van een toefje aandacht oh waar hadden we het ook alweer over. Boeiend gevaarlijk. Een veelkleurige vlinder, die toch lekker 's nachts vliegt.
Carrie Bradley, zowat mede-founding member zou het al wel zo'n beetje allemaal gehad kunnen hebben. Maar nee: dan staat mevrouw daar met naïef enthousiasme te dansen op "de liedjes die haar vriendinnetjes spelen en zij mag soms ook meedoen". Een soort elfje dat af en toe de viool bovenhaalt en daar vieze dinges uithaalt als bewust valse noten, en even later boven een geluidsmuur uitsoleert met gesloten ogen en virtuositeit: passionele overgave aan een éventail aan auditieve exploten en hoe die te verwekken, of in geval van nood hoe die het lichaam te laten overnemen. Yummie voor de hippie-breedster.
Tenslotte beland ik bij het zelfbewuste enigma van Josephine. Lang, smal en bassiste (behalve tijdens "On the album, Josephine played drums on Roi so we'll have her do that now"). Een bril die nu misschien weer hip is maar bij mijn oude stempel aan loserfiguurtjes alludeert. Een bleek vel, een strenge blik. Of wacht: misschien de strenge blik van een juf die het eigenlijk best wel weet te stellen met de klas. Een strenge blik met een continuë zweem van grijns om de - uniek binnen het breederschap, tenzij ik toch echt niet goed naar Jim gekeken heb - interessant roodgestifte lippen. Ogen die uit- en toelachen en vingers die haar instrument soms verrassend dresseren: aandachtig beluisterd speelt Josephine regelmatig net dat vreemde nootje dat van een saai punknummer een phalloïde oorwurm maakt. En anderzijds af en toe een speels intermezzootje, getuige haar reactie op de verkeerde inzet na Kims uitvoerig voorbereidend werk (kijk, ze is toch ook gewoon een meisje): ik vraag me alvast af welke persoon er achter haar stoïsch warvolle facade schuilgaat. Mochten de randvoorwaarden inderdaad anders zijn, en ik zou voor het gekrijger eerst een praatje wensen, dan zou ik zonder twijfel de lage noten producerende bonenstaak op de kop proberen tikken.
Enfin: kort, dus: als je mij met een "The Breeders" T-shirt ziet lopen, heb ik dat niet alleen gekocht omdat ik genoten heb van mijn eigen zestienjarigheidsretrospectieve, noch omdat het volstaat met mooie kleurtjes (wat, dixit Anne, wel degelijk het geval is), maar omdat ik met plezier zal terugdenken aan een gezellige avond waarop vier sexy madammen (en een nobel pogende Jim) karakteristiek rommelig fijn geluid produceerden.
Oh ja, en natuurlijk ook omdat ik het toch nooit kan laten om na een optreden nog gauw een T-shirt te kopen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten