Zonder enige arg verkoos
Ik de grijze bevlekte zetel.
De rozige print achteloos
In de rijdende heksenketel.
Ik zat nog niet half of je lachte
Van ganser gezicht in mijn richting
Je bracht een gezalfde gedachte
Zoat, 't pantser gezwicht, ik je blik ving.
We schermden met ogen en blozen
Pareerden gezwind het betrappen
Er werden zelfs woorden gekozen
Maar eer ze de wind in ontsnapten
Trok Brussel in zicht en je sloot
Plots je tas en je jas en verdween
Onthutst, ingeblikt, uit het lood
Vond ik dat onverwacht en gemeen.
Waarheen haastig heen? Je lach ontbeer ik nou
Ik speur nors nog een keer in de Metro
Maar helaas, ik deel geen wagon meer met jou
En ik treur om 't verkeren van Bred'ro.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten