20240824

Van regenbogen en liefde

Hoeveel kleuren heeft de regenboog? Ik ken geen ezelsbruggetje in het Nederlands, maar in het Engels bestaat "Richard of York gave battle in vain", wat met de startletters aanleiding geeft tot Red, Orange, Yellow, Green, Blue, Indigo, Violet. Blue, indigo, violet? Sorry, maar volgens mij (en volgens Moloko en Llorca of natuurlijk Ella Fitzgerald) is indigo ook gewoon een soort blauw. En inderdaad: hoewel Sir Isaac Newton (ja, die van de appel) deze zeven benoemde, zijn er intussen evenveel voorstanders om de zaak te beperken tot zes. In ieder geval suggereert dat ruimschoots dat er enige subjectiviteit schuilt in de telling.

De realiteit (maar zie ook volgende paragraaf) is immers dat de regenboog het volledige spectrum aan tinten bevat, letterlijk elke golflengte en dus een oneindige (zelfs overaftelbare voor de fans van Cantor) hoeveelheid nuances kent. De nauwkeurigheid van het menselijke oog en brein dan weer, zorgen ervoor dat zelfs de scherpste observator (met flink wat tijd voorhanden) hooguit een honderdtal teints kan benoemen en terugvinden, en dat inderdaad de meesten (zeker bij oppervlakkige beschouwing) niet verder dan de zes basiskleuren, mogelijk aangevuld met indigo, komen. Synestheten kunnen die daarnaast ook proeven.

Fysici (en dus vroege wiskundigen) hebben een bizarre knipperlichtrelatie met continuïteit. Pythagoras en zijn volgelingen (ja, in die dagen was wetenschap echt een geloofskwestie) geloofden al niet in het bestaan van iets anders dan verhoudingen tussen gehele getallen. Dus voor hen bestond de vierkantswortel van twee niet (het bewijs dat dit geen verhouding tussen gehele getallen is, is overigens een heel simpel voorbeeld van een ex absurdo-redevoering), laat staan een maf getal als pi (ook de bijbel, in 1 Koningen 7:23, zegt letterlijk dat de verhouding tussen de omtrek van een cirkel en de diameter drie is), en dus zaten er gaten in de getallenlijn. Bovendien bestonden de meeste vroege wereldbeelden eruit dat alles opgebouwd was uit enkele simpele bouwstenen (vuur, lucht, water en aarde, bijvoorbeeld) wat eigenlijk neerkomt op nogal een brokkelige bedoening. In die dagen bestond er ook nog geen materiaal zoals lenzen om nauwkeurig naar stoffen te kijken, dus we moeten hen die nogal grove vereenvoudiging maar vergeven. Ook de wiskunde schoot nog flink tekort: de oppervlakte bepalen van een veelhoek was een fluitje van een cent, maar de minste afronding (zeg maar: de continue vorm van een hoek) stelde hen voor raadsels. We springen een heel stuk in de tijd naar bijvoorbeeld Keppler, die de beweging van hemellichamen dan weer beschreef als continue banen (ellipsen). Newton (ja, die van de appel) en Leibniz (en nog enkele knallers) ontwikkelden de wiskunde om daarmee te kunnen omgaan (Bolzano, bijvoorbeeld, bedacht de geniale epsilon-delta-definitie van continuïteit, de exacte logische formulering voor: als je maar dicht genoeg in de buurt van de input blijft, blijf je ook in de buurt van de output): afgeleiden (de snelheid is de afgeleide van de plaats naar de tijd) en integralen (oppervlakte onder de curve) en vulden daarmee de nachtmerries van menige middelbareschoolstudent. Vanaf die tijd zag de wereld er voor die wiskundigen die enkel een continue hamer hadden eruit als een continue nagel: ballen rollen, licht golft en biljartballen botsen. Het duurde tot rond de tijd van Niels Bohr, de uitvinder van het moderne model met proton en neutron en elektronen die daarrond vliegen als min of meer een "bolletje" tot we terug ernstig gingen overwegen dat de wereld uit (broehaha, de hubris) "ondeelbare" (a-tomne wil zoveel zeggen als niet-snijden) stukjes was opgebouwd. Met een beetje geluk heb je in de chemieles (meer nachtmerries!) een plastic model van een atoom mogen negeren. Plots bleek een baksteen (en je neus) te bestaan uit kleine brokjes die ook nog eens op (relatief gesproken) enorme afstand van elkaar zweven, maar voelde je nog steeds de impact als je ertegenaan liep (voor wie het interesseert: hetgeen je "voelt" is eigenlijk de kracht tussen die moleculen van beide "objecten" die zo sterk is dat ze een oogverblindend snelle verandering van richting op microscopisch niveau veroorzaakt zonder dat er sprake is van echt "aanraking" - doorgaans van de neus eerder dan van de muur). En we waren terug bij de legoblokjes waaruit de werkelijkheid opgetrokken zou zijn. Toch waren Einsteins vergelijkingen van de relativiteitstheorie nog lekker glad, en algauw liep het helemaal uit de hand. Licht gedroeg zich meestal als golven maar eigenlijk soms ook als deeltjes (fotonen) en niet gauw daarna bleek het omgekeerde voor onder andere elektronen te gelden (de zogenaamde deeltje-licht-dualiteit; ). De kwantummechanica (een kwantum, eigenlijk de constante van Planck, moet immers de kleinst mogelijke hoeveelheid energie zijn) knipte de ondeelbare atomen nog wat verder tot quarks en muonen en Higgsbosonen en zo, maar vertelt tegelijk dat al die deeltjes zich zodanig willekeurig gedragen dat ze (I cut some corners) enkel bestaan als we ze bekijken. Daarnaast komt het dan weer op kansberekening aan, en die zorgt ervoor dat al die eindige kruimels zich, als ze maar met genoeg zijn, zich weer omzeggens als een gladde cake gedragen (ruw gesproken: er kan al eens een appeltje - ja, die van Newton - verbranden, maar over 't algemeen zijn de appels in de cake lekker omdat er veel appels in de cake zitten).

De slotsom is dat voor quasi alle dagdagelijks nuttige toepassingen de wereld zich gedraagt als een hoop nette, gladde, sexy wiskundige vergelijkingen, zonder sprongen, krassen of onderbrekingen.

Wetenschappers - zelfs natuurkundigen en mathematici - zijn ook maar mensen. En dus passen ze die fantastische overlevingstechniek toe: dingen in bakjes steken. Bessen zijn eetbaar of niet eetbaar. Beesten zijn gevaarlijke roofdieren, eetbaar met pruimen of aangenaam gezelschap. Die kerel is lid van mijn stam en dus te vertrouwen, hij heeft een oorbel en is dus waarschijnlijk homo (en dus enkel met geweld te benaderen). Zij daar heeft een stevige boezem dus ze zal haar positie als CEO aan haar horizontale kwaliteiten te danken hebben. Oh wauw. That went south quickly. Zoals Daniël Kahneman betoogt in zijn admirabel leesbare meesterwerk "Thinking Fast and Slow" (in het Nederlands onbegrijpelijkerwijze vertaald als "Ons Feilbare Denken" - daar is me dunkt toch alvast niet traag over nagedacht), is onze snelle manier van denken, waarin de wereld heel erg vereenvoudigd weergegeven wordt, zowel een zegen als een vloek (mijn eigen verwoording, met excuses voor de gendering die net zo goed omgekeerd kan: "Assumption is the mother of all fuck-ups. And the father of all progress"). Wanneer je brein via je ogen de indruk krijgt dat er een loslopende wolf (of een geminachte vrouw - hell hath no fury) aankomt, dan vuren je neuronen heel intensief "gevaar". Gelukkig hoef je op dat moment geen derdegraadsvergelijking of een Rubikskubus op te lossen om te beslissen je uit de voeten te maken. Er is dan wel een risico dat je diezelfde vereenvoudiging maakt op een ander moment: als je besluit om alle loslopende wolven (of geminachte vrouwen) over de kling te jagen, omdat je ze simpelweg in het bakje "gevaar" gestopt hebt, ga je een ecosysteem destabiliseren (ja, wolven hebben een functie, net als wespen en muggen, vrees ik) en een sekse en dus de mensheid decimeren (ik ken geen vrouw die nooit geminacht wordt, vrees ik).

Historisch en evolutionair hebben we een heleboel (ik laat nog in het midden hoeveel daarvan "natuur" of hoeveel "cultuur" zijn, ingebouwd of aangeleerd) indelingen in categorieën, liefst nog van de vorm "A of B" (twee vakjes), met succes opgebouwd. Dat wezen daar is voorzien van een penis en dus niet geschikt voor seksueel entertainment - laat staan liefde - voor mij. Die partij is "links" en die kerk is in de vroeg-gothische stijl gebouwd. Dat is niet enkel handig om zelf snel beslissingen te maken, maar ook om te communiceren. In ontzettend vele gesprekken maakt het niet uit dat die man al eens nat gedroomd heeft van een pijpbeurt door Leslie Nielsen, dat de partij tegen een sociale maatregel gestemd heeft of dat het schip van de kerk nog ronde bogen heeft: het is een man, een linkse partij en een vroeg-gotische kerk. Mega-handige labels. Wanneer we het hebben over de mooie rode jas die hij aanheeft, mogen we Jacques absoluut reduceren tot "man". Wanneer we een diareeks over onze trip naar Keulen geven, hoeven we onze gasten - zelfs wanneer ze architecten zijn - de kerk niet minutieuzer te betitelen dan prachtig vroeg-gotisch en voor een ruw idee van hoe iemand denkt is het label "stemt links" afdoende.

Er zijn twee grote gevaren met deze ingekorte denkpistes. Het eerste is: als je aan de "labels" zelf weer "eigenschappen" hangt die misschien ergens steek houden maar niet waardevol algemeen gelden. Zo heb ik eigenlijk alle begrip voor mannen die homo's "gevaarlijk" vinden. Je kan die link bijvoorbeeld gelegd hebben omdat iedereen in je buurt dat altijd zo gezegd heeft. Of je kan (wellicht onbewust) denken (ook alweer een overgesimplifieerd label) dat mannen in het algemeen seksuele roofdieren zijn. Zolang mannen enkel vrouwen lastig vallen, is dat allemaal niet erg, maar door homo's word je plots een potentieel slachtoffer, stel je voor! Of misschien confronteert de gedachte aan homo's je met je eigen "verboden gedachten", ook al geen pretje. Vrouwen die homo's een bedreiging vinden, ervaren misschien dat er alweer een aardige man als huwelijkskandidaat geschrapt moet worden; sterker nog, dat die misschien zelfs een tweede knapperd gaat schaken. En weet je: als je die labels en eigenschappen plakt, heb je niet helemaal ongelijk: de kerk loopt helaas vol met gevaarlijke homo's (OK, da's een beetje dramatize for effect). Als je dan verder weinig contact hebt met manminnende mannen (in steden waar minst migranten voorkomen, wordt er sterkst antimigratie gestemd), is de sprong naar die vergissing snel gemaakt. Terwijl ik kan bevestigen dat ik voor mijn anders geaarde vrienden enkel vertrouwen en liefde heb. Die zijn ongeveer zo gevaarlijk als een kamerplant (met wat moeite kan je je teen stoten aan de pot).

Het tweede gevaar is dat je categorieën domweg te simpel, te klein zijn: "man" en "vrouw" zeggen at best iets over genetica (en zelfs daar is de werkelijkheid al complexer met hermafrodieten en sterker of zwakker uitgesproken productie van bepaalde hormonen) maar voor hoe iemand zich identificeert, hoe iemand zich voelt, schieten die domweg tekort. Zelfs de toevoeging van non-binair kan niet alle nuances dekken. Misschien ben ik wel heel erg binair in de zin dat ik biologisch een vrouw ben maar me 100% identificeer als man. Of voel ik me 's morgens meer vrouw en 's avonds meer man. Ik ben meer man dan jij maar minder dan Conchita. Als ik val op vrouwen en op Afrikaanse mannen, ben ik dan hetero, homo, bi of nog een heel eigen variant? Gelukkig is die informatie niet altijd relevant, maar misschien is het voor mij wel heel belangrijk om mijn eigen identiteit weer een naam te geven zoals jij de kleuren van je voetbalclub draagt, misschien associeer ik met een voornaamwoord een ervaring die me pijn doet, misschien is jouw rauwe label een keiharde belediging voor mij.

Dat zijn de momenten om "traag" te denken. Om even achteruit te stappen en te kijken naar de woorden die je gebruikt. In het stemhokje moet je "1 bolletje rood kleuren", maar dat betekent niet dat je het met elk standpunt van de partij in kwestie eens bent. "West World" is vast en zeker "science fiction", maar is bovenal ook een knappe studie in filosofie en sociologie. Middenvakrijders zijn mogelijk een "gevaar op de weg", maar zijn ze dat ook wanneer ze de maximumsnelheid rijden? De mona lisa met tomatensoep besmeuren is "vandalisme", maar zijn er nog "niet-slechte" en werkende methodes om urgente actie voor het klimaat te vragen? De enige vraag die je in zo'n geval nog een beetje redelijkerwijze kan stellen, is: is A groter dan B. Is A "meer smurf" dan B. Is een middenvakrijder "gevaarlijker" dan een snelheidsovertreder. Ben ik het "meer eens" met die partij dan met alle andere (of nog: ben ik het minder oneens, of nog: zijn er minst standpunten van die partij die compleet vloeken met wat ik wil). Is West World meer of minder "waardevol" dan het grotendeels realistische House, MD?

Het is zelfs nog erger: eens je geleerd hebt om meer categorieën te beschouwen en het regenboogspectrum doorheen de 7 kleuren te zien, is de volgende uitdaging: meer dimensies. Is Jan slimmer dan Piet? Goh. Jan kan heel snel hoofdrekenen, maar Piet spreekt vlot 6 talen. Dat zijn twee "dimensies" die iets te maken hebben met hoe slim je bent, en de vraag "hoe slim" dan, is simpelweg niet meer eenduidig te beantwoorden. Idem met "hoe mannelijk bepaald gedrag is" of "is Dutroux een grotere smeerlap dan Hitler". Steekt Vooruit N-VA rechts voorbij (de namen ten spijt bevatten de termen links en rechts immers zoveel mogelijke betekenissen - verandergezindheid, vertrouwen in de mensheid, economie, sociaal,... - die elk al sterk gelaagd zijn en dus nauwelijks nog als koepelterm bruikbaar; wat betekent die zin immers nog)?


Mijn favoriete voorbeeld is de liefde. Als (niet extremistisch) voorstander van relationship anarchy (ja, het is een ding; er bestaan zelfs substromingen die vinden dat RA'ers actief moeten proberen om "klassieke relaties" te vernietigen - go figure) heb ik het best moeilijk met het gangbare beeld van de liefde. We zijn verondersteld van welgeteld één mens (of, bon, van één mens tegelijk) te zeggen dat die "onze enige liefde is, want in de sprookjes en de liefdjes en de films en de bijbel is dat ook zo. Maar misschien vind jij George wel een lekkere gevaarlijke sexy man en geniet je enorm van de betrouwbare steun en toeverlaat die Jamal biedt. Niet toevallig zijn dat de twee spankrachten die ook Esther Perel noemt: hoe slaag je er in fucksnaam in om iemand te vinden die zowel heel voorspelbaar (want we willen veiligheid) als een beetje spannend is? En houden we meer van de ene dan de ander? En wat dan met Tom waar je zo heerlijk mee kan kletsen (daar houden die andere twee dan weer niet zo van).Of ik maak het nog wat moeilijker: je beste vriendin gaat dood. Heb je daar meer of minder last van dan wanneer je "unieke partner" sterft? En wat betekent dat dan over die liefde; de romantisch-seksuele voor een vermeende levenspartner (van het moment) of de vreemde hechting die je met een broer of een squashmaatje kunt hebben? Hou ik morgen "evenveel" van Julia als vandaag? Hou ik vanavond minder van Julia dan vanmiddag of volgende week. Zo vele mooie mogelijkheden, vol continua en massa dimensies. Ik ben erg blij dat liefde niet zo banaal is dat er op 1 potje permanent één dekseltje past - ook al brengt dat bij momenten veel gedoe met zich mee (maar eerlijk: een deel van dat gedoe komt juist vanuit de nogal naïeve verwachting dat 1 persoon de rest van je leven alles zal bieden wat jij zal verwachten). Het is bij uitstek een domein om traag over na te denken.



20240811

Leergeld

Jonge seks is een loterij. Het bokt en het gromt en het kolkt, maar de uitkomst kan alles zijn van een supernova tot een onbevredigende gymnastiekoefening. Het is prachtig richtingloos, onhandig en experimenteel, met instructies vanuit het ego en het onbezonnen vlees. Soms zo niet meestal een machtige mislukking. En soms ben je heel wat ouder wanneer je jonge seks hebt dan je je voorstelde.

Jij werd duizelingwekkend snel een maatje. Een felle bek gebackt door een snel stel hersens en een tastbare drive om het bestaan niet enkel te beleven maar het vakkundig maar zonder zadel of leidsels te berijden. Je rode haren een trotse toorts boven je fijne brilletje dat je verblindende ogen, amandels met een ondeugende glans, en de subtiele kuiltjes in je zachtblozende wangen.Je gearticuleerde mond droeg steeds de belofte van een schuine mop, de zekerheid van een tanden blootglinsterende glimlach en de suggestie van een scherp tongpuntje op gevoelige plekjes huid. Wie zijn oog verder liet dalen tekende ook nog een aristocratische halslijn boven een stel sportieve schouders op, een middel met perfecte houdbaarheid en heupen die zelfs een vegetariër aan een sappige maaltijd doen denken. Kuiten. Hakjes. Buskruit. Outfits met punk en ballet en klasse en een afgemeten schepje hoer bij je madonna.

Pas later leerde ik de steken kennen die de natuur in het snoepgoedpaleis dat je lijf leek, liet vallen. Hoeveel breekbaarheid er onder die gumballwaardige carrosserie school, alsof het door een overenthousiaste stagiair op een maandagochtend was geassembleerd, met enkele onderdelen die niet helemaal tegen je sturm und drang opgewassen zijn. Want dat, meer dan de nochtans apetijtelijke esthetica, kleurde je sex-appeal: een aanhoudend watertanden om alles wat je in handen nam als een potentiële wereldkampioene aan te gaan. Je zou je longen aan gort blazen op een scheidsrechterfluitje, je vingers laten bloeden aan origamipapier of je slokdarm verbranden in een eating contest. Je danste je knieën aan gort en sportte herhaaldelijk je spieren bont en blauw en wervels uit kommen: je wou winnen. Keer op keer knalde je onvervaard tegen een vangrail, vastbesloten om elke achterstand die je geboorte je oplegde krachtdadig te overbruggen.Je crashte als veelkleurig vuurwerk, maar vooral je ontembare drang, je gulzige passie zette je als een erotisch baken op veler kaarten. Zo ook de mijne.

Het onvermijdelijke gebeurde in een Gents streekbierencafé. Ook je drinken was olympisch, dus deed je verrassend vlot mee met mijn aangeboren aanleg tot alcoholisme. De Struise Brouwers verlokten ons met hun magnum opus tot een magistraal delirium, en wij elkaar. De taal schoof van verleidelijk snel naar onvast ranzig, en fysiek kleefden we steeds zweteriger aan elkaar terwijl de kelderverdieping van het etablissement leger liep - leeg liep op ons na. Het was rauw en heet en haast beestachtig hoe we elkaars tongen verslonden, geïntoxiceerd, bedwelmd, hoe je op je barkruk achterover tegen de aangewasemde wand ging leunen om mijn vingers vrije baan in je broekje te geven. Je was nat en glad en ik dronken en onbeholpen, dus je bereed op dierlijke intuïtie dan maar zelf mijn hand; geloof ik. 

Op de een of andere manier kwamen we veilig thuis. Elk in ons huis. Ik gok erop dat jij hoger mikte, dat je ons tot de orde riep en een nuchtere minnaar opeiste. Mijn eigen dronk is vrolijk maar zet mijn seksuele remmen los, dus van mij zal de correctie niet gekomen zijn. Je vermoedde wellicht ook dat ik helder veel beter in staat zou zijn je naar de smeuïge hoogtes te brengen. Jij, relatief jonkie, pakte mij, vermeende ervaren lover, op kwaliteit, en je had gelijk.

We bleven maatjes met toemaatjes: elk contact had wel een elektrisch momentje en je was meer dan wie ook in staat om onze prachtige vriendschap ongemoeid te laten terwijl we als krachtig geladen wolken om elkaar heen cirkelden en af en toe vonkten. We tintelden en twinkelden en flirtten en twistten, en bijwijlen zochten we opnieuw die grens op waarbij we vel voelden. Misschien net omdat je mijn sister in arms was, slaagde ik er keer op keer in om de bal mis te slaan, steeds zenuwachtiger voelend dat ik mijn zelfverklaarde status als best wel vaardige sekspartner niet kon bevestigen. Ik botste zelfs onattent op je fysieke limieten, het treurige tegenovergestelde van een gentleman. Ik knoeide de sensuele miskleunen aan elkaar en raakte een tikje gefrustreerd - terwijl jij me verzekerde dat het allemaal echt OK was.

 

Ik verscheen op de afspraak op je apartement. De deur stond open, zag ik vanuit de lift, al kwam je een tel later, gewikkeld in een fuchsia badhanddoek toch eerst een knuffel geven. Ook die garderobe wist je gracieus te dragen en ik snufte even onder mijn armen toen je, druk taterend, terug in de badkamer verdween. Dat ik maar een pintje uit de frigo moest pakken, en ik dat ik toch iets fris verkoos. Ik was klaar en helder en vastberaden. En jij verscheen opnieuw: afgetekend. Een vleselijk meesterwerk dat je - klaar, helder en vastberaden - toch maar weer perfect had ingepakt in een outfit die zorgvuldig meer "pak uit" evoceerde dan "scheur me". Je was duidelijk klaar om de leiding te nemen, niet van plan om het potentieel deze keer te laten ontsnappen. Of je was gewoon klaar.

Er is helemaal niks mis met trotse, rijpe, dominante mannen, die de teugels solide beheersen en met continue aandacht voor de minste trilling of huiver een dame op een pad helpen dat ze anders niet zou bewandelen. Daar is een aanzienlijk deel van mijn geschiedenis getuige van. Op dat moment, echter, was ik - hoezeer ik mezelf dat ook wijsmaakte - niet die heer. Het was niet mijn bestudeerde, kundige stuurmanschap, maar mijn "jeugdige" hovaardigheid die mijn daden inseinde. Deze keer zou ik je bewijzen dat ik "er wat van kon". En zowaar: met één enkele vingertop kreeg ik je door de knieën. Je bleef hardnekkig beweren dat het niet zo gemakkelijk zou zijn om je een orgasme te bezorgen en ik bedekte mijn ergernis onder een rustig "we zullen wel zien - ik zou mij er geen zorgen in maken". Je lag intussen terug op je bed, in precies die staat die me de grootste weldaad is: enkel een schots geruit plooirokje nog om je buik, je ogen een tikje glazig. Toch koos je er opnieuw voor om te communiceren, om me precies te laten weten wat werkt voor jou en wat niet. Je was de eerste ooit die daar zo expliciet in was en mijn hubris voelde het als terechtwijzigingen, meer dan wat ze exact waren: aanwijzingen. Dus volgde ik je hints koppig niet, vast gelovend dat ik jouw spekje wel even zou wassen op mijn eigen wijze. Hoewel je me dus eigenlijk complimenteerde met mijn obstinate vinger die de summiere vlezige braille tussen je schaamlippen zorgvuldig las, en er zelfs enkele varrassend lekkere hoofdstukjes bijschreef, schakelde ik over naar een hogere versnelling met twee vingers diep in je, reikend naar dat ruwere plekje aan de voorkant dat ook zovele gloeiende golfjes bevat. Ik had daar immers ooit al indrukwekkend succes mee behaald en hoopte je schuimbekkend en schuimend naar een exquise extase te piloteren.

Elk lichaam is uniek. Het was vast niet dat ik iets fout deed, want je liet het je absoluut welgevallen, zelfs al sputterde je nog even dat je graag wou dat ik bij je clitje bleef. De verwachte ontploffing en jouw toegeven aan mijn meesterschap bleven uit en mijn onnodige teleurstelling daarover kantelde vervaarlijk richting paniek, een nieuw debacle in het vooruitzicht; dat alles terwijl jij eigenlijk zichtbaar tevreden kreunde. Je was koninklijk en greep net dat moment om over te nemen. Hoezeer de krampen me ook overvielen, een bed delen met een uitzonderlijke mooie en messcherpe dame die ondanks mijn brein nog steeds bloedjegeil was, is het beste afrodisiacum. Mijn pik was nog steeds paraat om straks een poging te wagen beter te doen dan mijn vingers, en toen je die met "wacht, efkes mijn beurt" in een razende gulp tot achterin je keel nam, stond ik in twee seconden voor een dijkbreuk. Wat je niet kon weten, is dat je daarmee meteen mijn benauwenis terug tot zijn hoogtepunt bracht. Mijn ervaring was immers dat een eigen orgasme mij reduceerde tot een leeggeneukt hoopje mens, beroofd van de adem om nog veel enthousiasme of virtuoso aan de dag te leggen. In die twee seconden realiseerde ik me dus - al dan niet terecht - dat dit de kans dat ik jou naar mijn eigen standaarden zou weten te bevredigen daarmee ook zou decimeren. Ik haalde elke truc boven die ik kende, kneep stiekem in mijn armen, probeerde me spinnen en grootmoeders voor de geest te halen, maar jouw maîtrise bij het bespelen van mijn fluit was genadeloos ongeëvenaard. Het had zo simpel kunnen zijn als ik die je even waarschuwde dat ik liever nog even wou wachten met klaarkomen, maar ik leefde in de illusie dat een man die snel of gemakkelijk klaarkomt een slechte minnaar is, en ook duidelijk delen over de daad zat nog niet in mijn repertoire, dus koos ik mijn enige nog resterende alternatief aan me fysiek en mentaal leegspuiten in de heerlijke dieptes van je gulzige mond: ik sleurde je brutaal van me af en beet even hard op de binnenkant van mijn kaak om het aanstormende orgasme alsnog terug te dringen.

Dit is de tragiek: een aan de meet gesmoorde climax heeft bijna alle nadelen van een ongeremde, maar niet de genotseruptie. Handig: geen ejaculaat, maar wel een soort halvering van de drive, alsof ik halverwege een infectie van de luchtwegen had opgelopen. Mijn erectie halfstok, als een man onderweg naar impotentie. Het was pure, onversneden koppigheid die mijn tong nu nog bij je heerlijk ruikende kutje bracht. Jij straalde nog in alles goesting en jubel uit en je dijen deden precies wat genietende vrouwendijen doen. Zelfs in mijn verdwaasde staat pikte ik die signalen nog op en ik toog tenminste met veel kruidige smaak aan wat mijn mond het liefste doet. Je verloor je precisie en wauwelde vanalles over hoe lekker jij het vond wat ik deed, tot ik opnieuw mijn vingers bij jouw les bracht, waarbij je me smeekte om me toch vooral helemaal op je clitorale orgasme te concentreren, duidelijk hopend dat ik je daarna nog eens vaginaal zou laten klaarkomen, maar die boodschap ontging me dan weer compleet.

Vermoeid, wanhopig, halfpostorgastisch, door mijn eigen verwachtingen in mijn trots gekrenkt en ridicuul gelovend dat je mij probeerde te domineren deed ik dan ook het tegenovergestelde. Ik deed met verrassend weinig moeite een condoom aan mijn semislappe pik en penetreerde je. De rest is een waas. Ik vocht met elke flinter energie die ik kon vinden om mijn lurf bij de lurven te grijpen en voldoende stijf en wrijving te vinden om je te laten voelen wat er op ie manier al lang niet meer in zat. Als een debiel duracelkonijn pompte ik mijn laatste restje wilskracht aan polsstokhoog tempo tussen je benen. Misschien herkende je mijn predicament, misschien voelde je enkel de futiliteit van mijn werkwijze, misschien wou je eenvoudigweg de tijd nemen, maar je maakte me attent op mijn bizarre techniek en doofde daarmee mijn laatste lichtje.


Ik weet, nu, dat ik me ongelofelijk aanstelde. Behalve mijn ridicule mannelijke ego was ik met niet zo heel veel bezig, geloof ik. Je hebt me - nu ik er genoeg heb over nagedacht - geleerd om te luisteren naar wat een partner zegt omtrent wat al dan niet lekker aanvoelt. Niet om dat a priori als waarheid aan te nemen, maar om dat veel meer waarde te geven dan mijn eigen op luchtspiegelingen geënte inschattingen. Ik combineer dat nu heel graag met mijn eigen zeggenschap zonder dat als een aanval op mijn potentie te zien. Als iemand me nu vraagt om "daar niet mee te stoppen", wacht ik misschien nog drie seconden om "dat" met des te meer furie te leveren. Of misschien stop ik toch, maar onthou ik die wens net voor een volgende keer. Ik heb ook geleerd om zelf te praten, om te delen dat het voor mij veel aangenamer is om mijn ultieme genot uit te stellen tot ergens aan het einde (en dat sommige handelingen dat erg moeilijk maken 🔥) of dat ik iets niet lekker of minder aantrekkelijk vind. Ten slotte heb ik intussen ook door dat ik het niet als een persoonlijk affront moet beschouwen als de kleine dood het even laat afweten: er zijn duizend manieren om te genieten en dat is er maar eentje van. Een goede minnaar is hij die luistert. Wat ik toendertijd, als (nauwelijks) jong kieken als een absolute ramp beschouwde (ik denk eigenlijk dat jij het helemaal niet zo erg vond, al met al), was op termijn een belangrijke les voor mij. Dus bij deze, alsnog: dank je wel.



20240808

Allez, roulez!

Kwalijk wankele mandjes

Vol spannende wannabe mannen

En meisjes, flirtfris en flinterdun

In gillende bosjes als bakvissen.

Vissende kinderen winnen plastic

Prullen, patsers boksen ballen.

Alles blinkt, licht op, lokt, rockt

Bubbels vol boertige beats

Luid verleidend overstemd door

Voorgekauwd vrolijke pooiers en

De opgehokt hitsige hoerenmadam.

Voor een rib of drie pintjes gemiddeld

Een rondje geschudde sensatie te huur.

Ganse gezinnen gaan aan het draaien, 

Multicolore mish mash orgasmes

Bleirend, bejaard, burqa, blank, Brussels

Een lascieve lava van leven


De kermis kan je smaken: vet

En suiker in de lucht en luid-

Ruchtig flitsende stinkvrede



20240807

Ain't nothing but a film quiz

[Noot vooraf aan de lezer: de (meeste) links in deze blogpost zijn absoluut een onderdeel van het geheel]

Ik had me laten vertellen dat de letters die bij de start van elke The Matrixfilm (N.B.: de onvervalste topper is overigens de minst bekende: The Animatrix) eigenlijk een sushirecept voorstellen. Dat blijkt grotendeels onwaar te zijn, al blijkt er wel een Japanse echtgenote die sterk is in de keuken betrokken te zijn.

Intermezzo: spoilers. Ik heb ervoor gekozen om deze post te enten op wat filmgeschiedenis. Meestal is het daarbij nodig om een stukje plot te verklappen. Als groot liefhebber van pelicule met verrassende wendingen (bij voorkeur: onvoorspelbare maar wel logische en catastrofale eindes) hoop ik niemands cinematografische genot te kortwieken. Bij de echt geweldige films (Se7en, 12 Monkeys, The Shawshank Redemption, Fight Club, The Game, Memento, The Devil's Advocate,...) is er ook na de onthulling nog waarde aan de film, omdat de beeldvoering sterk is, of omdat je met kennis van oplossing de opbouw van de puzzel op een heel nieuwe manier kan bekijken. Bij Tarantino's From Dusk Till Dawn is de herbekijkfactor er dan weer doordat je op "dat moment" kan kijken naar de neofieten naast je (iedereen die ongeïnformeerd met mij naar die film wil kijken: call me). Echter: het intellectuele orgasme als de plot een waardige wending neemt, wil ik niemand ontzeggen. In het geval van de Matrix-franchise is de basis van de plot hopelijk intussen zo uitgeleefd (voor een beetje Science Fictionliefhebber was dat eigenlijk al zo voor de Wachowski's er hun ding mee deden) dat ik enkel nog mensen die het genre toch al niks vinden denk te kunnen verrassen.

Die "digital rain" is niet alleen in de begin- en eindgeneriek te zien, maar heeft ook echt een functie in de film (behalve - hoe betekenisloos in wezen ook - een wat groezelige hackersgeloofwaardigheid suggereren. Volledig ten onrechte, overigens). Op het moment dat Neo echt The One wordt, en de door Morpheus (na de meest geslaagde reclamecampagne voor partydrugs ooit - bekijk als tegengif gerust Requiem For a Dream en probeer de "Ass to ass" scene ooit nog uit je hoofd te krijgen als je een jonge successvolle vriend(in) naar verrijkende middelen ziet grijpen) geponeerde centrale kwestie van de reeks "werkelijkheid" wordt (pun intended), suggereert de "regen" heel mooi dat ons hoofdpersonage "door de valse, geprogrammeerde wereld heen kijkt".

Dat is immers net de premisse, en ver voorbij de lore een prachtig filosofisch concept, grotendeels gejat van Sokrates' schaduwen in de grot. Het universum waarin wij menen te leven, is niets meer dan een virtuele realiteit, een knap uitgedokterd computerspel waarin elke persoon een "avatar" (dat is dan weer een naar mijn smaak fel overroepen film, but to each his own) heeft, die zich niet langer bewust is van de, euh, werkelijke werkelijkheid (waarin wij - volgens het Matrix-universum - als batterijen voor aliens fungeren, "opgeslagen" in een permanente droomstaat). Nog los van het feit dat de moderne fysica daadwerkelijk aanleiding geeft om te denken dat ons bestaan een hologram is (om diverse redenen is dat weer van een totaal andere orde, maar hier is een mind blower: die dekselse natuurkundigen vinden zelfs bewijs voor het feit dat dat het geval zou zijn): hebben we niet allemaal al wel eens die gedachte gehad? De flagrante onwaarschijnlijkheid van het kafkaëske en andere surrealisme dat ons overkomt (van de bombardementen in Gaza over geniale gevaarlijke gekken als Musk tot het uitverkocht zijn van Pukkelpop drie maanden vóór de affiche zelfs maar volledig bekend is) kan toch niet "echt" zijn? Waar is de fucking camera? Net vandaag, nu ik daar zin in heb, is de zurkel uitverkocht in maar liefst drie grootwarenhuizen? Iemand is met mijn kersen aan het rammelen, toch? Ben ik Truman (niet Harry S maar Burbank) misschien? Met een gram of eenentwintig verbeelding zijn enkele biologische - saccades - en psychologische - déjà vu, aka glitches in the Matrix - observaties wel bijzonder handige uitlaatkleppen voor zo'n fantasiewereld. Meer dan genoeg jongvolwassenen hebben wel eens het idee dat ze robots zijn, wat in wezen een vergelijkbare disjunctie is van de realiteit. Voor iemand met voldoende gevoel voor drama is zelfs de redelijk onvermijdelijk nutteloosheid van ons bestaan reden om alternatieven een geloofwaardige uitweg te vinden (een flauwe zet, me dunkt, want waar zou dat alternatief zijn nut dan vandaan moeten halen; het lijkt bijna op de "jamaar een hogere entiteit heeft het zo gezegd"-oplossing van gelovigen, zie ook verderop).

Bon, young padawan, ben je mee met de "mogelijkheid" dat noch ik noch deze blog noch je tante noch je overigens erg sexy lichtgroene ogen "bestaan"? Alrighty then. Lees deze paragraaf enkele keren (hij is nogal confronterend) en probeer jezelf over te geven aan wat "kan": in deze niet-realiteit en met geen enkele kans om daar ooit uit te ontsnappen want je staat niet met een lange zwarte jas (veel spoilers in de links!) lacht iemand je uit op nationale TV, kleeft een eikel aan je bumper, is een droid je te slim af bij schaken, of een stel misdadigers vermoordt je puppy. Wat (je eigen onkunde met snoeiwerktuigen niet te na gesproken) houdt je eigenlijk tegen om een kettingzaag te kopen en de motherfucking aarsgarnaal te fileren? Ik bedoel: die persoon bestaat niet echt! Steek een dynamietstaaf in diens anus, bind hen ingesmeerd met honing vast op een termietenheuvel, epileer hun schaamstreek met een bulldozer, kook hun konijn (met pruimen) scheld hen uit voor niet perfect koel bewaard lid van de osteichthyes of onderwerp hen aan het meest misselijkmakende dat ik ooit in een film gezien heb (for real, en ik heb een stevige maag; maar de film is een prachtig verfilmde lelijke levensles). Kan allemaal geen kwaad, want dat "wezen" dat jou, het enige waarvan je Descartegewijs kan aannemen dat existentieel is, onaangenaam bejegend heeft, "weest" helemaal niet, voelt geen pijn of kan enkel de illusie van op de pik (M/V/X) getrapt voorspiegelen. Het is betekenislozer dan een blad papier in twee scheuren. Kill Kenny, already (bastard)!

De kans bestaat dat je op dit moment denkt: jamaar ik wil mijzelf niet bedoezelen met geweld, zelfs niet als dat "geen impact" heeft. Daar heb ik twee antwoorden op. Ten eerste: voor mij is de definitie van geweld een bewuste daad vanuit een machtspositie (in eender welke vorm: fysiek, monetair, matriarchaal, politiek, toevallig,...) die minstens één wezen schade (/last) toebrengt. Het leuke aan deze definitie is enerzijds dat ze ook welwetend nietsdoen als geweldsdaad omvat en anderzijds dat er iemand moet zijn die zich een slachtoffer voelt (N.B.: al is "jezelf een slachtoffer verklaren" in enkele gevallen ook geweld). Dat tweede deel impliceert dat de daden in ons gedachtenexperiment nooit geweld kunnen zijn, net zoals een zweepslag in een SM-kelder, een godslasterende vloek wanneer je op je duim mept met een hamer of (tegen betaling) met een baseballbat in een beveiligde omgeving televisies tot televisiemoes reduceren dat (naar mijn idee) niet zijn. Maar even then is er "antwoord: the sequel": het essentiële voor mijn punt (daar kom ik "zo" toe) is het woord "wil" in je argument: het is helemaal OK dat jij ervoor kiest om dat niet te doen, maar het is goed om te beseffen dat je dit niet op basis van een "groter goed" doet, maar omwille van een eigen overtuiging: good on you!

Third act. Ik neem de volhardende lezer nog een trapje dieper mee, als een moderne Dante Alighieri op visite in onze gezellige hel, blijmoedig op zoek naar de bodem. Ons bestaan is misschien geen virtual reality game (laat staan een complot). Maar dat maakt eigenlijk niet zo heel veel uit. Ofwel geloof je net als ik dat we niet meer zijn dan de som van onze atomen en dan is "een ander wezen" daadwerkelijk een soort ingewikkeld blad papier, een klompje toeval en fysicawetten, dat je naar believen kunt scheuren. Ofwel geloof je in "iets meer", dus dat er een "ziel" of zo bestaat. Maar even then heb ik nog nooit een objectieve, onweerlegbare reden gehoord waarom die "iets waard" zou zijn? Jij wel? Hier is de harde realiteit: de "natuur" draait op survival of the fittest, of zoals ik het elders noemde death to losers (en panta rei, maar dat is hier minder van tel). Dat is een verrassend effectief systeem, waarbij massaal veel slachtoffers vallen, en dat is helemaal niet zo erg. Het systeem stikt van de miserabele levens, van de keiharde kansarmheid, van de genadeloze halsbijterij en het werkt echt fantastisch.

Hohohoho, Nick, rustig even! Om te beginnen is het al niet zo dat survival of the fittest en individualisme (waarbij ik als individu kan en mag doen wat ik wil) geen synoniemen! Ganser mierenkolonies offeren zichzelf op zodat het nest kan overleven. Nijlpaarden eten (nochtans smakelijke) ibissen niet op en dat is goed, want die eten het kwalijke kleine ongedierte op dat anders voor ziektes zou zorgen. Bij de meeste diersoorten "zorgen" de ouders een tijdlang voor hun nageslacht in plaats van het aan hun lot over te laten en heel wat diersoorten kennen monogamie en levenslange partnerschappen, of anders kuddes! Goed zo! Knap gezien! Ik ben trots op je! Het is helemaal mogelijk (en het blijkt ook) dat samenwerken soms een succesvollere overlevingsstrategie is dan strijd. Zelfs dat zit vervat in het vernuftige systeem van de evolutie: af en toe "ontstaat" er een nijlpaard dat door zijn specifieke genetische "fouten" ossenpikkers (dat is een vogelsoort) niet opeet. Als dat een goed systeem is (wat geloofwaardig is, want ze worden minder vaak ziek), dan hebben hun neven zonder dat gen minder overlevingskans (losers!) en blijven uiteindelijk enkel de (naar ossenpikkers toe) pacifistische hippopotami over! Dus: helemaal goed: samenwerken kan... maar de leeuw en de geit (of de draak en de ezel - oh wacht) gaan nog niet zo gauw samen door de wei huppelen he! And why should they? Het uitsluiten van geweld is geen one stop solution (zoals duct tape - ja, dat is hoe het geschreven wordt).

Grmbl. MmmmOK. Maar, maar, het is niet omdat die "wet van de sterkste" de evolutie richting geeft, dat wij die niet mogen overstijgen, toch? Hogere doelen nastreven? "All animals are created equal"? Ik bedoel: heb je nu net gezegd dat het OK is om elkaar de kop in te slaan? Nick, ik maak me best zorgen in je mentale wezijn!

Lieve lezer: jij mag van mij werkelijk alles (al prefereer ik dat je niet mijn hoofd inslaat en me ook niet laat arresteren of opnemen). Als jij gelooft dat het beter is om voor alle wezens te zorgen en hen zoveel mogelijk gelijke rechten/kansen te geven, dan is dat je goede recht. Ik zal zelfs meer zeggen: dat is ook een keuze die ik zelf maak en waar ik zoveel mogelijk naar probeer te leven.Peter Singer, een prachtige filosoof en de grondlegger van Effective Altruism, schrijft in de intro van zijn (niet zo leesbare) boek dat hij vertrekt van de aanname dat alle wezens gelijk zijn. Humanisten doen dat ook en vele niet-combattieve linksdenkende mensen gebruiken een onbewuste vorm van dat gedachtengoed als baseline. Maar. Echter. Edoch. Er is geen enkele objectieve reden (tenzij je gelovig bent: dan kan je dat waarde-oordeel overlaten aan een goede pamfletschrijver op stenen tafelen) waarom dat zo zou zijn of vooral: waarom dat beter zou zijn dan het geloof dat jijzelf het enige wezen bent dat er toe doet. Het is helemaal mogelijk dat het arme zwakke schaap dat je redt, net vatbaarder is voor ziektes en na een mutatie verantwoordelijk is voor de dood van de ganse kudde. Als je je hele leven gehoord hebt dat mensen zonder de juiste huidskleur minder verdienen te krijgen, dan is daar eigenlijk niets op af te dingen... omdat het over een geloof gaat. Je kan de nefaste wetenschappelijke onwaarheden onderuit halen ("ze zijn lui" is bijvoorbeeld simpelweg statistisch te weerleggen), maar niks of niemand kan je verplichten die anderen het licht in de ogen te gunnen (N.B.: onze maatschappij ontwikkelt traag maar toch gestaag wel "afspraken" die dat in de praktijk steeds moeilijker maken; vanuit mijn eigen overtuiging ben ik daar erg dankbaar voor en trots op).

Afhankelijk van wat er min of meer toevallig met de wereld gebeurt, is het denkbaar dat onze overlevingskans als soort aanzienlijk verbetert door lief te zijn voor elkaar, vegan te eten, niet te vliegen en de doodstraf af te schaffen. Maar misschien zijn het de strevende, gevaarlijke, niets ontziende klootzakken die ons gaan redden door recht op doel af te gaan als het nodig (?) blijkt (pakweg: een zekere genadeloze wetenschapper die de atoombom ontwikkelde heeft ons ook een flink stuk op weg geholpen naar kernfusie, wellicht de belangrijkste potentiële oplossing voor al onze energieproblemen): ik vind beide niet ondenkbaar.
Hier is waar ik je toe wil uitnodigen, waarde lezer: besef dat behalve in je eigen hoofd, er geen onweerlegbare reden is waarom jouw (of dus mijn) semi-altruïstische gedachtengoed "beter" is dan dat van een racist, een vleeseter, een verkeersovertredingsrecidivist of zelfs een socio- of psychopaat (al dan niet charmant). Ik ben het met je eens, maar ik denk niet dat we iemand helpen met vermeende morele superioriteit. We zijn ook maar gewoon verdedigers van ons geloof. At best: wees een zachte apostel: probeer mensen te laten geloven dat altruisme en geweldarmheid (ik geloof niet in geweldloosheid) in vele gevallen een goede oplossing is, maar wees je bewust dat het geenszins de enige werkbare is. Thus spoke Zarathustra.


Oefeningen voor de liefhebbers: 

  1. hoeveel van de genoemde of gelinkte films heb je gezien
  2. wat is de vaakst voorkomende acteur in de films
  3. kijk naar elk van de gelinkte films! Met de mogelijke uitzondering van The Fast and the Furious (die nog net het label "goed in zijn genre" kan dragen) zijn het volgens mij allemaal, om diverse redenen, fabelachtige stukken cinema!
  4. welke kans om een link toe te voegen heb ik gemist
  5. gaat het nog? By all means feel free to differ in opinion en wijs me alsjeblieft op de logische fouten (die relevant zijn voor de conclusie; ik maak hier of daar vereenvoudigingen in een futiele poging om dit soort stukken geen boek op zich te maken)