Het is zondagavond 30 juni, ongeveer tien voor acht. Het slovaakse mannenvoetbalelftal dat bulkt van de onbekende namen staat virtueel in de kwartfinales van het Europees kampioenschap, want het overklast (minstens op het scorebord) de Engelse supersterren die spelen als hun bierkeuze: lauw. 0-1 Is het verdict vier minuten na de reguliere speeltijd.
Een verre ingooi van The Three Lions wordt met meer geluk dan kunde doorgekopt, en in een fractie van een seconde Googlet Jude Bellingham een basiscursus fysica, gebruikt deze om met de wetten van Newton en nauwkeurige kennis van de grootte van het veld, de bal en het hoofd van Guéhi de exacte baan van de FUSSBALLLIEBE (sorry, ik kies dat ook niet: dat is echt de naam van de bal die speciaal voor dit EK "ontwikkeld" werd), alsook een vork voor de snelheden en hoeken waaronder de kans op een doelpunt aanzienlijk is wanneer genoemde bal daarmee van zijn voet vertrekt. Vervolgens denkt hij zorgvuldig na over de precieze instructies die hij elk van de spieren in zijn voeten, benen, maar ook het ganse bovenlichaam (hij voert immers een omhaal uit) en zo geschiedde: de (toegegeven: vrijstaande) Jude deponeert het ronde kleinood onhoudbaar (dus wellicht inderdaad binnen de voorziene "kans"grenzen) voor de onfortuinlijke Dubrávka in het net. Je kan hier beelden van het wetenschappelijke mirakel in kwestie bekijken. Adding insult to injury bezegelde een (ook al erg vrijstaande) Harry Kane in de eerste minuut van de verlengingen het lot van de Slovaken helemaal.
Er is weinig kans dat je de "wetenschappelijke" details van bovenstaand verhaal gelooft (het scoreverloop, hoe onwaarschijnlijk ook, was wél een trieste waarheid voor Slovaken en uiteindelijk ook Zwitsers en Nederlanders). Wanneer wij voetballen, dansen, het gras afrijden, hobo spelen, snookeren, fietsen of LEGO-blokken op elkaar zetten, of zelfs wanneer een hond een snoepje vangt, een vleermuis insecten uit de lucht plukt of katten in een erg willekeurige maar liefst vuilgevoelige plek van het huis overgeven (dit laatste voorbeeld is overigens een dead giveaway dat er meer aan de hand is: katten begrijpen waarschijnlijk kwantumfysica, maar er is ongeveer 0 kans dat ze zich eraan houden), dan voeren we een theoretisch waanzinnig complexe set operaties uit, die telkens (but bear with me tot na "the fuck" verderop) bestaan uit:
- Precieze meting van alle parameters die van invloed zijn op het probleem (en wat mogelijk nog zotter is: het negeren van de nog veel grotere stroom aan parameters die niet of niet merkbaar van invloed zijn). In het voorbeeld: waar sta ik op het veld, hoe hard komt de bal aangevlogen, waar moet die naartoe en noem maar op (maar bijvoorbeeld niet: kan ik alle letters van de sponsor op het truitje van de keeper lezen, of ligt mijn haar goed)
- Het accurate berekenen van wat er nodig is om het gewenste resultaat te bekomen. Hier is mogelijk wat kansberekening bij betrokken omdat er misschien parameters zijn die we niet konden waarnemen (staat er een ploeggenoot achter mij die meer kans heeft om te scoren als ik "gewoon niks doe"), of omdat de uitvoering van enkele oplossingen risico's meebrengt (je kan theoretisch scoren met de hand als je gelooft dat geen van het scheidsrechtersteam dat zal zien - Diego did it, grappig genoeg tegen Engeland) en daar een "methode" uit destilleren. In het voorbeeld is dat dan de ingeving om net die beweging in te zetten om net die bicycle kick te doen.
- Het correct uitvoeren van die oplossing (afhankelijk van enkele details in hoe je over het menselijk lichaam en mogelijk over quantummechanica denkt, valt dit eigenlijk onder stap 2, maar bon)
Ik herinner me dat vriend Stefaan Vermael die fysica studeerde terwijl ik mijn licentiaatsdiploma (yeah, I'm that old) in de wiskunde betrachtte, me (ongetwijfeld op café) vertelde dat solid state physics, die de bewegingen en andere eigenschappen van vaste materie (waaronder, binnen redelijke grenzen, een bal en een voet vallen) bestuderen, met irritante voorsprong bij de moeilijkste stuff zaten die hij te verduren kreeg, wil ik aanbrengen dat het aantal voetbalspelers die conform de theorie stap 1 of stap 2 kunnen uitvoeren aan nul grenst (of mogelijk negatief is, als ik pakweg Noa Lang even in gedachten neem :-) ).
Hoe - the fuck - doen we dat dan?
Het antwoord is eigenlijk de essentie van dit stuk, en is ook de kern van mijn denken omtrent denken. De evolutieleer is er op indrukwekkende wijze in geslaagd om die hele complexe realiteit van het snookerspel, het wandelen op een trap en het muizen "entertainen" te vereenvoudigen! Een voorwerp dat op je af komt gevlogen kunnen vangen (of net ontwijken, afhankelijk van of de pin al of niet uit de granaat is), is arguably een evolutionair voordeel. Dus: Darwin gooide granaten met vooraf verwijderde pin naar alle dieren die die skill niet hadden en die stierven geleidelijk uit, ten voordele van de knapperds die het wel onder de knie hadden (N.B: het moge de lezer duidelijk zijn dat zo'n complexe skill waarschijnlijk zelf weer een som is van heel wat deelstappen die op zich weer voordelen boden, dus mijn oversimplificatie - waar ik de lezer uitnodig over na te denken aan het einde van dit stuk als mind broadening toepassing - dat het "in één klap" gebeurd is, is louter verhaaltechnisch; het punt dat dit soort skill evolutionair wellicht kwam bovendrijven, blijft staan, ongeacht).
Er had theoretisch een diersoort kunnen ontstaan die heel goed fysica kon Googlen, maar dat is het niet geworden. Er zijn intussen behoorlijk solide indicaties dat er in ons brein (ook dat van een pasgeborene of een jonge hond) voorgedefinieerde patronen vastliggen die bruggetjes maken (hihi, een subtiele voetbalreferentie): verrassend goed werkende shortcuts die de complexe realiteit in enkele pennentrekken tot haar essentie reduceren met betrekking tot een bepaald probleem. Het simpelste voorbeeld is dat we (again, somewhat oversimplified) kunnen vaststellen dat onze arm al begint te bewegen vóór ons oog en brein al "exact bepaald heeft" waar die bal ons gaat passeren. Er is ook bewijs dat "objecten die vergroten" heel snel geïdentificeerd worden als naderend, en dat de mate waarmee hun diameter ogenschijnlijk toeneemt, bijna direct omgezet wordt in een snelheid.
Omgekeerd (en evengoed evolutionair) geldt de fabel van de duizelingwekkend dansende duizendpoot: toen de kakkerlak hem vroeg met welk been hij nu precies zijn sterdans inzette, twijfelde en struikelde de geleedpotige. Jude kan je absoluut niet uitleggen welke signalen zijn brein naar welke spieren gestuurd heeft (en mocht hij erover nadenken, zou hij het mogelijk vooral slechter uitvoeren). Laat ons eerlijk zijn, jij kunt dat zelfs niet van de zesde Duvel die je naar je mond brengt... noch van de eerste. Ook daar bestaan briljante binnenwegjes die het ruwe plan "ik ga nu een omhaal proberen" (of: ik laat nu mijn sluitspier los zodat er een perfecte bolus de duik waagt) blijkbaar zonder de theoretische achtergrond, en in sommige gevallen met veel training (vraag maar aan jonge ouders) omzetten in een succesvolle performance.
[Noot van de schrijver: ik word hier ongelofelijk enthousiast van. Naast evolutieleer zelf en genetica (eigenlijk net als toegepaste modellering in zeker zin een bijproduct van die evolutieleer) is dit, als je het begrijpt, zo'n onwaarschijnlijke puzzel dat je volgens mij niet anders kunt dan hem bewonderen. Ik hoop van u hetzelfde, maar as the meme says: "change my mind"]
De truc die breinen hier toepassen, kunnen we benoemen als "modelleren". Om een probleem op te lossen (of dat nu een wiskundevraagstuk beantwoorden is, een vete tussen rivaliserende families ontzenuwen, of het schrijven van een stuk over modelleren) kijken we niet naar alle informatie, maar bouwen we (niet noodzakelijk bewust) een model op van de werkelijkheid. We maken enkele (hopelijk berekende) aannames en komen zo veel sneller tot een antwoord.
Ik heb zelf alle redenen om aan te nemen dat leren neerkomt op: meer/beter van dergelijke shortcuts in je brein maken. Topschakers denken in grote mate niet meer in individuele zetten (daar zijn er ook domweg te veel van), maar in ruwe strategieën en "richtingen" waarin ze het spel willen laten bewegen met voldoende risico-afdekking. Wie voor het eerst het moordwapen genaamd auto bestuurt, pakt mentaal bijna elke voet vast en beweegt die bewust, maar een ervaren chauffeur kan dagdromend ergens aankomen zonder nog enig besef te hebben van het gebruik van zijn ledematen, omdat de initieel uitdagende opdracht voldoende eenvoudig gemodelleerd is dat hij/zij/die semi-automatisch kan handelen.
Dat "leren" geldt overigens zowel op individueel als op "species"-niveau: denk aan het voorbeeld van het object dat op ons afvliegt: dit heeft er (tot op redelijke hoogte) voor gezorgd dat dat eenvoudigere model, die "magische formule" ingebakken zit in elk menselijk brein (misschien met uitzondering van enkele van deze jongens).
In volgende stukken (op niet nader bepaalde momenten) ga ik verder in op vele aspecten en gevolgen van dit "inzicht" (en als verre inworp voor de oefening aan de lezer: het idee dat breinen modelleren is weer een model op zich). We passeren Thinking Fast and Slow van Kahneman, artificiële intelligentie en de meest ontstellende vaststelling van al: we denken helemaal niet zoals we denken te denken ("logisch"), maar als een redelijk efficiënt raadmachien! Ik raak aan mijn eerdere post omtrent de ziel en ik ga noodzakelijkerwijze wat informatietheorie moeten leren en doceren (wat me, met dank aan Joris Van Maldeghem in een lang verleden terugvoert naar de kwamtumfysica en de relativiteitstheorie). Daarnaast zou ik mezelf niet zijn als ik niet enkele uitstapjes naar ethiek en filosofie zou maken.
Of misschien een occasionele post over de belangrijkste bijzaak ter wereld (N.B.: het blijkt nagenoeg onmogelijk de originele bedenker van dit, euh, citaat accuraat te pinpointen - go figure).
P.S.: laat me vooral ook weten als je het met dingen oneens bent, delen niet snapt of geïnteresseerd bent in een dieper discours over hier en passant genoemde subjecten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten